De school

Opleidingsschool krijgt volwaardige plaats in opleidingsaanbod leraren
Met de subsidieregelingen breedtepilot opleiden in de school (2002-2006), diepte- of onderzoekspilot de (academische) opleidingsschool (2005-2008) en het overbruggingsjaar (2008-2009) wil het ministerie van OCW bereiken dat de opleidingsschool een volwaardige plaats krijgt in het opleidingsaanbod voor leraren. Volwaardig wil zeggen dat studenten die op deze manier hun lerarenopleiding volgen, bij het afstuderen volledig bevoegd en bekwaam zijn als leraar. Het overbruggingsjaar vormt een tussenfase naar een structurele financiële regeling voor opleidingsscholen en moet tevens leiden tot een keurmerk bedoeld voor scholen die aan alle criteria voldoen voor een goede opleidingsschool.

Het overbruggingsjaar
Het overbruggingsjaar is ingesteld om een verdieping aan te brengen in de ontwikkelde concepten van de opleidingsschool en de academische opleidingsschool en voor het delen van opgedane kennis met derden. Voor deelname aan het overbruggingsjaar zijn uit de projectdeelnemers van de onderzoekspilot 33 projecten geselecteerd, 14 opleidingsscholen en 19 academische opleidingsscholen. De looptijd is van 1 september 2008 tot 1 september 2009. KPMG zal deze projecten begeleiden met als doel het aanscherpen en verder valideren van de kwaliteitscriteria en randvoorwaarden die uit de onderzoekspilot de (academische) opleidingsschool zijn gekomen. Ook moet een betrouwbaar overzicht worden verkregen van de kosten. De begeleiding en monitoring van de academische opleidingsscholen zal intensiever zijn dan die van de gewone opleidingsscholen. Het opleidingsconcept van de academische school verdient nog verdere aanscherping.

Een korte terugblik
2002-2006: breedtepilot Opleiden in de school
In 2002 is het ministerie van OCW gestart met een eerste subsidieregeling opleiden in de school. Het doel was scholen te stimuleren tot de inrichting van een goede infrastructuur voor het opleidingsproces in de school en tot het maken van afspraken met lerarenopleidingen over taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij het opleiden in de school. In totaal hebben 1.081 scholen voor primair onderwijs, 207 scholen voor speciaal (basis)onderwijs, 235 scholen voor voortgezet onderwijs en 20 instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie meegedaan aan de zogenoemde ‘eerste tranche’ (2002-2004) of de ‘tweede tranche’ (2004-2006). In beide tranches hebben scholen met gebruikmaking van OCW-subsidie een start kunnen maken met opleiden in de school.

2005-2008: 0nderzoeks- of dieptepilot de (academische) opleidingsschool
Met de toename van het leren op de werkplek kwam voor het ministerie het vraagstuk van kwaliteitsborging aan de orde. Hoe zorg je ervoor dat de opleidingen die mensen binnen scholen krijgen voldoende kwaliteit hebben?
Om het opleiden in de school duurzaam te kunnen borgen was meer inzicht nodig in de manier waarop de kwaliteit getoetst kon worden en hoe toezicht plaats kon vinden. Daarom startte het ministerie in 2005 met de onderzoekspilot de (academische) opleidingsschool, een onderzoek naar werkplekleren. Een bedrag van €42 miljoen werd uitgetrokken om ruimte gegeven aan scholen die bereid en in staat waren toekomstige leraren op te leiden voor meer dan hun eigen behoefte én aan scholen die het opleiden in de school wilden verbinden met onderwijsinnovatie en fundamentele kennisontwikkeling: de academische scholen. Het doel was te onderzoeken onder welke voorwaarden de opleidingsschool en de academische opleidingsschool een succes kunnen zijn. 37 projecten (po 15, vo 18, BVE 4) werden geselecteerd om deel te nemen aan de onderzoekspilot de (academische) opleidingsschool.